De eerste 3 leerjaren
De onderbouw
Leerjaar 1, 2 en 3 vormen de onderbouw. De helft van de lessen wordt praktisch ingevuld.
Het schooljaar begint met een driedaags schoolkamp: het versnelt een hechte groepsvorming tussen leerlingen onderling en tussen de mentor en zijn of haar klas. De mentor vormt samen met leerling en ouder(s)/verzorger(s) de spil in ons onderwijs. Drie keer per jaar vindt een OPP-gesprek plaats tussen mentor en leerling met ouder(s)/verzorger(s). In dat gesprek wordt geëvalueerd hoe de afgelopen periode is verlopen en welke doelen er de komende periode worden gesteld. Die laatste komen uit de coaching gesprekken tussen mentor en leerling.
Het portfolio speelt een centrale rol binnen de lessen en tijdens het OPP gesprek. Hierin kun je voor ieder vak de leeropbrengst terugvinden. Bij praktijkvakken zijn dat vaak foto’s van werkstukken of een smakelijk gerecht, bij theorievakken een aantekening of een verslag.
Het tweede leerjaar staat bol van activiteiten die voorbereiden op het stagelopen in de hogere leerjaren. Excursies naar bedrijven, aan de slag op het arbeidstraining centrum (ATC), sollicitatietraining en een week interne stage binnen school vormen samen de kern.
In leerjaar 3 starten leerlingen met één dag stage per week, de andere dagen zijn lesdagen op school met praktijkvakken en theoretische vakken. De stage heeft als doel om de leerling kennis te laten maken met diverse richtingen. Bij praktijkvakken maakt de leerling een keuze uit vier van de acht praktijkvakken. Dit zijn de keuzevakken: bouw, metaal, installatie, styling, dienstverlening & zorg, winkelpraktijk, consumptief en plant en dier. Naast deze praktijkvakken krijgt iedere leerling de volgende vakken:
- Mentorles
- Engels
- Domeinles
- Informatiekunde
- KIC
- Rekenen
- Gezondheidskunde
- Creatieve Vorming
- Nederlands
- Maatschappijleer
- Drama
- Vrijetijdsbesteding
